Inderdaad, die daalder
Wat was die daalder ook alweer? U kent de uitdrukking wel; de eerste klap is een daalder waard. Veel van de jonge lezertjes, zoals Ollie B. Bommel ze placht te noemen, zullen geen flauw idee hebben wat voor antiek ding dat was. Maar eigenlijk was het voor de wat meer belegen generatie ook nooit helemaal duidelijk: was het nu fl. 1,50 of juist 2½ gulden? Ze bestaan ook nog in andere uitdrukkingen zoals ‘op de markt is je gulden een daalder waard’. Op de onvolprezen Wikipedia leren we dat er inderdaad twee types van deze eeuwenoude munt waren: een ‘daalder’ die dertig stuivers waard was, en daarnaast een rijksdaalder, waard 50 stuivers; de eerste werd na 1807 gezet op fl. 1,50, de tweede op fl. 2,50.
In de uitdrukking ‘de eerste klap is een daalder waard’ komt de klap natuurlijk uit het handjeklap op de veemarkt. Hoeveel is onze eerste klap nu waard? Want een klap hebben we met het Eerste team wel gemaakt in de provinciale competitie. Lunteren is niet heel ver weg, maar wel een geduchte ploeg, gegroepeerd rond de familie van Hierden. Wij traden aan in het voetspoor van onze kopman Moussa Coulibaly, die gelukkig weer kan spelen. Hij moest het opnemen tegen tegen Erwin van Hierden, de sterkste van de familie, Robert-Jan van Steenbergen tegen Henry van Hierden, en Wim van den Berg tegen Jaap van Hierden. De andere drie moesten tegen ‘gewone mensen’.
De eerste uitslag leek meer op een klapje voor Lunteren, want Robert-Jan liep in een listig verborgen combinatie, en we stonden meteen achter. Tanden op elkaar en doorknokken. Ik zag Cor Langeveld een mooie aanval ontwikkelen tegen Annemiek Stunnenberg. Ik stond zelf goed, en zag geen gevaar bij Wim van den Berg of Hans Kromhout. Alleen de opmars van Edwin tegen Moussa baarde mij zorgen. Enfin, Cor maakte zijn aanvalsreputatie waar en won zijn flank-centrumaanval in gedecideerde stijl, mooi werk. Wim’s partij was er een van aftasten en positie houden, met uiteindelijk een ingewikkelde doorbraak aan beide kanten, die ondanks twee dammen voor Wim niet te winnen was.
Conform de informatie die ik van Robert-Jan kreeg, was mijn tegenstander Johan Top er niet wars van om wat hout van het bord te laten verdwijnen. Wat heet, het leek wel of hij dacht de witte schijven mee naar huis te kunnen nemen – zoals Jannes van der Wal ooit de fondantschijven van Mies Bouwman allemaal wilde hebben, voor thuis! Hij ruilde wat hij kon, en deed dat handig; maar in een 10 om 10 kon ik druk opbouwen tegen zijn linkervleugel, en toen hij in een dun standje nog een ruil wilde forceren, verloor hij bij vol daglicht een schijf: de kentering.
Hans en zijn tegenstander hadden zorgvuldig het evenwicht bewaard, waarbij Hans ‘poot’ van 15-20-24 een belangrijke rol speelde. Aan het eind lieten beiden zien dat het wel op vijf manieren remise was, en dat klopte. Nu hing alles af van Moussa: zou hij het redden tegen Edwin? Onze Malinees zat onder druk, maar handig als hij is, wist hij niet alleen een venijnige combinatie te ontwijken, maar zelf ook combinatoir tegenwicht te bieden het sterke Hierdense centrum. Enfin, het was spannend, maar uiteindelijk kwam er een gelijkwaardige remise uit: we hadden gewonnen!
Of deze eerste klap nu een daalder of een rijksdaalder waard zal zijn, moet de toekomst uitwijzen, maar het kwartje viel in elk geval onze kant op – en nu hebben we de gemengde beeldspraak
compleet!
![20250926 205607[1] (1)](http://wsdv.nl/wp-content/uploads/2025/09/20250926_2056071-1-300x225.jpg)
Verslag:Wouter van Beek
Foto: Jozef Linssen


![20250926 205607[1] (1)](https://wsdv.nl/wp-content/uploads/2025/09/20250926_2056071-1.jpg)