Vorige week dinsdag gaf ik een uurtje grappen en grollen op het dambord in Ederveen. Nico Valkenburg had 15 jeugdspelers voor mij klaar zitten (nou ja: zitten (?!), de rumoerige jeugd is niet zo stoelvast als wij vroeger. Je denkt dat kinderen Kat en Muis al eens gespeeld hebben. Maar zelfs dat simpele dambordspelletje kende een derde van de kinderen niet!
Kat en muis. Wie wint er? De kat met 5 schijven wint altijd.
De muis komt er nooit doorheen! Je begint links en zorgt dat alle schijven zoveel mogelijk op een rij blijven. Na 5 beurten begin je rechts en dan na 5 beurten weer links.
Zwart heeft 5 dammen en 5 schijven. Toch haalt wit dam. Hoe doe je dat? Met de meerslagregel. 17-12 (8×17) 16-11 (2×15) 11×2
Wit wint in een paar zetten: 34-29 (16×27) 30-24 (19×30) 35×24 Uit! Zwart kan alleen al zijn schijven weggeven.
Leuk grapje van Roel Bergsma. Dit systeem heeft een naam : Watervalsysteem. Zwart is aan zet: Wit wint door: (15×13) 20×18 (21×23) 27×29 (35×33) 40×38 (41×43) 47×49
Vluchtroute van Dirk de Ruiter. Wit wint niet, maar moet met schijf 47 vluchten naar de damlijn! Het lijkt onmogelijk, maar het kan wel: 19-13 (9×19) [over 4 schijven] 47-42 (19×46) 42-38 (26×37) 38-33 (4×36) 33-29 (16×27) 29-24 (3×26) 24-20 (6×50) 20-14 (2×11) 14-9 (35×44) 9-3 of 9-4 DAM! En dat was de bedoeling.
Te Gek? Nooit is iets te gek op het dambord. Zeker niet voor de Fransman. J.Bergier. Er zijn zo ontzettend veel mogelijkheden. Wit wint. Maar hoe breek je dit schilderijtje netjes af? Witte dammen op 30 en 39; een zwarte dam op 23. 13-9 (23×3) 34×23 (18×20) 39-44 (38×40) 17-11 (27×18) 26-21 (3×26) 30-25 (32×41) 25×46 (26×37) 46×35
Er zijn zoveel leuke standen op het bord, waar de jeugd plezier aan kan beleven. Leren dammen is leuk en sterker worden ook, maar het soort inzicht dat je opdoet met rariteiten maakt het dammen zo leuk. Mijn vader leerde mij het volgende grapje toen ik ca 10 jaar was! En dus nooit vergeten en veel aan de jeugd laten zien en laten doen.
Probeer met slaan in het minste aantal keren de zwarte schijven aan de overkant te brengen op de velden 34, 39, 40, 44, 45 en 50. 12×21 – 1×12 – 17×8 – 6×17 – 7×18 – 11×22 – 17×28 – 8×17 – 12×23 – 21×12 En dezelfde 10 zetten doe je nog een keer — en dan nog een keer!
Zo’n grapje op de triktraklijnen was misschien wel de aanleiding voor Dirk de Ruiter om ook zoiets te maken.
Een grappig probleem van Dirk de Ruiter. Hoe moet je zoiets winnen? Door de dammen op slot te zetten. 23-19 (14×46) 25×5 (34×23) 40×1 (39×28) 44×6 en het is uit! Zwart kan alleen zijn dammen weggeven.
Op de lange lijn zijn er ook grapjes!
Probeer door schuiven en slaan de schijven op de lange lijn te verwisselen. De witte schijven moeten dus naar de velden 5, 10, 14, 19 en 23. De zwarte schijven naar de velden : 32, 37, 41 en 46. Je mag voorwaarts en achterwaarts schuiven en slaan; maar niet met wit over wit en niet met zwart over zwart! Het kan echt. Kijk maar: 28-23, 19×28, 14-19, 23×14, 32×23, 37-32, 28×37, 19×28, 10×19, 5-10, 14×5, 23×14, 32×23, 41×32, 46-41, 37×46. 28×37, 19×28, 10×19, 14-10, 23×14, 32×23, 41×32, 37-41, 28×37, 19×28, 23-19, 32×23, 28-32, KLAAR
Een heel ander verwisselgrapje komt uit de horeca, waar het op de bar werd gedaan met stuiver en kwartjes.
Schuifgrapje met damschijven. Leg 3 witte en 2 zwarte schijven neer zoals op de bovenste rij, Schuif 5 keer met een witte en een zwarte schijf (naast elkaar), zodat je de onderste rij hebt! Doe het thuis een keer voor en laat het nadoen.
Ik ga nog even door. Misschien hebben de jeugdleiders nu toch door dat er meer is dan alleen damtechniek leren. Standen die je niet vaak zult tegenkomen, maar o zo handig als je “inzicht” vergroot wordt. Slagvaardigheid!
Wit sluit zichzelf in. Dat is raar? 37-32 (28×26) 17-12 (26×17) [want na 8×17 slaat wit met 21×1 naar dam] 12×1 (23×34) 1×40 en wit wint het eindspel.
Het paard van Troje. Een probleem gemaakt door M.J.Belinfante. 29-24 (16×18) 19-13 (de dam slaat 6 x19) 13×24 (20×29) 45×14 Prachtig!
Deze stand droeg ik aan om de jeugd te wijzen op mensen die de stand op het bord niet zien en toch sterk spelen.
Blinden kunnen ook dammen. Zij voelen met b.v. een verhoogd bolletje op de zwarte of witte schijven. De schijven staan in verdiepte vakken. Johan de Bree maakte dit grappige haast dubbele paard van Troje. 20-15 (26×28) 29-23 (16×29) 23×14 (9×20) 15×2 met winst.
Als we toch gul zijn kunnen we net zo goed alle schijven van zwart maar eens een keer wegslaan. Al eerder in een column gezet. Weten jullie het nog? Probeer je het eerst nog een keer zelf?
Sla de tien schijven van het bord! Als je denkt dat je de meerslagregel goed kent probeer dan maar eens alle schijven van het bord te slaan. Dat valt nog niet mee. Om de tel niet kwijt te raken kun je op iedere geslagen zwarte schijf even een witte schijf leggen. Oplossing: 1x29x42x26x3x14x32x49x35x24x15.
Slaan is lekker, dat wil iedereen wel. Een van de weinige keren dat ik mij waagde aan componeren was in 1978. Het bleek niet mijn ding. Laat mij maar in de geschiedenis duiken.
Probleemstand van Wim van Mourik. Deze stand heb ik bedacht in 1978 voor een slagzettenwedstrijd. Hoe krijg je hier een rondslag over acht schijven en een dam? Door heel veel weg te geven. Maar je moet wel berekenen dat je zelf ook veel slaat en natuurlijk wint. Oplossing: 28-22 (17×28) 26×17 (11×22) [want 12×21 zou een dam zijn door 34-30, 35×33, 38×29, 23×34 en 32×1] 31-26 (22×31) 26-21 (16×27) 37×26 (28×46) 34-30 (35×33) 39×28 (23×32) 47-41 (46×37) 42×11 Lekker je slag slaan over 1 dam en acht schijven over : 37, 27, 18, 19, 20, 10, 9, 8, 7. En tot slot: 6×17 en 38×27.
Een spelletje dat ik als 13-14-jarige talloze keren speelde met mijn buurman. Zien hoever je komt met alles weggeven! De groep mocht voor zwart aangeven : “naar LINKS of naar RECHTS”. Nico telde de vingers en gaf de zet door. Het lukt mij heel vaak om alle witte schijven weg te geven. GELUKKIG DEZE KEER OOK!
Gewone damspelregels. Wit begint en probeert al zijn schijven weg te geven. Hoeveel schijven kan jij weggeven? Zwart wint als hij die ene schijf kwijt is.
Aan het eind de kinderen de vraag gesteld: “Is dammen moeilijk?” Nee, dammen is zo simpel als maar zijn kan. Schuiven en slaan. Maar als dammen zo simpel was dan werden we allemaal wereldkampioen. Toen de vraag: Kunnen jullie hier 30 zetten vooruitkijken? Hè, hè?? Kan dat dan? Ja, Nico en ik zijn geen wonderdammers, maar wij kunnen wel berekenen dat je hier niet met (31-37) : “tussen-mag-gaan-staan”
Is dammen moeilijk? Ja, je moet heel ver vooruit kunnen kijken. Mag zwart hier tussen de twee witte schijven gaan staan? Je denkt: ik win een schijf of ik heb dam! Mis poes. Als je dat doet dan verlies je na 30 zetten. Kijk maar: (31-37) 32-28 (37×46) 34-30 (46×23) 44-40 (23×45) 24-19 (14×23) 39-34 (45×29) 30-24 (29×20) 25×1 (23-28) 1-6 (11-16) 6×33 (16-21) 33-38 (21-26) 38-42 (15-20) 42×15 (26-31) 15-10 (31-36) 10-37 (36-41) 37×46
Toen de vraag waarom grootmeesters voorafgaand aan de partij kunnen zitten staren op een vol dambord? Je begint toch gewoon?! Of niet?! Een grootmeester heeft heel veel varianten in gedachten. Hij heeft het spel van zijn tegenstander bestudeert en heeft misschien gevonden dat er wel ergens zwakke plekken in zijn spel zitten. Maar ja, welke van die varianten kan hij het beste op het bord zien te krijgen. Wat is de beste kans. Hij heeft het in de voorbereiding al bekeken, maar denkt nog maar eens na. Deze variant zal de grootmeester niet kiezen, want die weet zijn tegenstander zeker, op dat niveau.
Hoever denk jij vooruit? Grootmeesters zitten achter het bord met hele varianten in gedachten. Ik geef hier een voorbeeld: zal ik beginnen met 33-28? Dan kan ik
spelen op de variant met het zetje van Lochtenberg. Natuurlijk kent hij dat. Maar ken jij het ook?
33-28 (19-23) 28×19 (14×23) 39-33 (10-14) 31-27 (17-21) 33-28 (5-10) 28×19 (14×23) 44-39 (10-14)?? En dat is fout! 27-22 (18×27) 36-31 (27×36) 32-27 (21×32) 37×10 (9-14) Zwart wil niet dat ik dam haal. 10×19 (13×24) Het staat 14 om 14 schijven; dus gelijk. Maar nu: 34-30 (4-10) de beste zet als verdediging 30×19 (3-9) 35-30 Een zet die je niet zou verwachten; maar zwart gaat de schijf niet terugwinnen. Op (9-13) 30-25 (13×24) en wit heeft dam met 25×5. Op (9-14) hetzelfde. Op (20-24) 19-14 (24×33) meerslag! 14×5 met dam. Wit dreigt met 30-25 en na (20-25) doet wit 41-37 (25×34) 40×29 en blijft zo een schijf voorstaan omdat (12-18) is verhinderd door 19-13, 29-23, 37-31 en 38-32.
De jeugdleden kregen allemaal alle grappen en grollen op papier mee naar huis. Hopelijk blijven zij lid van de damclub!
Wim van Mourik

