Een gedenkwaardige avond
Het was de laatste wedstrijd van dit jaar, afgelopen donderdag 18 december, en het werd er één waar we makkelijk mee toe kunnen tot de jaarwisseling. Voor het provinciale kampioenschap speelden we tegen Barneveld, een sterk team waar we al een keer over waren gestruikeld. Wij waren compleet, zij ook, maar de club uit het kippenmuseum had toch gekozen voor een tactische opstelling. Wel, dat krijg je als je langzamerhand favoriet bent.
Dat betekende dat Richard Cousijnsen aan bord 4 zat met ratingoverwicht op Henk Kleinrensink, en Coen Bommel op 5 idem tegen Arie Jansen van Doorn. Op de andere borden waren wij op papier sterker, vooral aan de eerste drie. Ruim vijfhonderd punten was de kloof tussen Moussa Coulibaly en Gert van der Top, en hoewel de laatste dapper streed werd hij toch vrij snel overlopen: aanval, kleine combinatie met doorbraak en de eerste twee was een feit. Zelf trof ik een goede bekende, Evert van der Pol, die ook blauw gehad zou hebben bij remise. Dat werd het niet. Ik zadelde hem op met een randschijf, het werd breed klassiek (dus beiden met randschijf) en ingewikkeld. Hij wist me met een goed getimede uitstoot naar het kerkhof onder druk te zetten, maar stuurde in het spannende vervolg zijn kroonschijf naar de verkeerde kant. Het werd een studie in de kracht van schijven 9 en 42 in het klassiek. Met dezelfde opstoot als hij had gedaan, 27-22 in mijn geval, kwam hij niet meer onder de dreiging 22-17 en 38×9 uit want zijn veld 9 was leeg, en was het snel gedaan.
Daarmee hadden de beide Afrikanen gewonnen, de echte en de zogenaamde ‘wannabe’ [Binnen een alternatief circuit in de VS is ‘Native American’-zijn in trek, de zogenaamde wannabe tribe: ‘I
want to be an Indian’.] , en stonden we met 4-0 voor. Fred begreep de situatie correct, en stelde Bram Cysouw remise voor. In de mooie Keller partij die zij op het bord hadden gebracht, was het evenwicht nog niet verbroken, zij het dat Bram zeker niet slechter stond. Maar de stand ritselde van de ruilen dus beide spelers maakten de 40 zetten vol en schudden elkaar de hand. Arie Jansen van Doorn, toch al nooit onder de indruk van ratingverschillen, had zijn opponent Coen Bommel in een klassiek-achtige partij onder druk gezet en dat weten vol te houden. Hij won tijdelijk een schijf, en al die ging weer verloren, Arie hield er stellingvoordeel aan over. In het late middenspel zette Arie dat om in een kleine aanval, maar Coen vond het plakkertje naar remise. Prima, mijn score tegen Bommel is aanzienlijk slechter…
Resteerden twee partijen, waar we één remise uit nodig hadden. Dat bleek niet eens zo eenvoudig. Cousijnsen zette met wit onze Henk (die heet nu ‘oude Henk’, we hebben er vier in de club!) met een Utrecht aanval onder druk, en langzamerhand moest zwart terug. Nu verdedigt onze oer-Wageninger (dank, Fred, voor deze term) zich doorgaans heel precies, maar toen wit veld 26 wist te bezetten in zijn flank-centrum aanval, was het toch gedaan, en stond het 6-4.
De laatste en spannendste partij was een soort David en Goliath verhaal – als is het niet erg flatteus om Daryah met die lelijke reus te vergelijken, maar ja, een ratingverschil van meer dan 350! Daryah ontwikkelde een prima aanval, geen reden tot enige zorg. Haar witte voorpost op 24 was makkelijk verdedigbaar door op 14-19 steeds 28-23! te spelen, maar na het tempo dat zij koos, 39. 43-38, zat er wel een aardige doorbraak in voor Jur van Ginkel. Achteraf vertelde ze me dat ze die wel gezien had, maar het grote eindspel – schijf meer, prima positie – had overschat. De vele toeschouwers dachten dat ook, maar Jur speelde dit moeilijke eindspel zoals David zijn slinger gebruikte, doeltreffend en ongrijpbaar. Iedereen schatte dit op remise, ook toen Daryah een tweede dam haalde ten koste van wat hout. Wat volgde was een heroïsch eindspel, wit twee dammen en twee schijven, zwart één dam en vijf schijven. Zwart liet een klemstelling toe, zwarte schijf op 15 en dam op 5, wit schijf op 20 en dam op 24, bekend eindspelmotief, want de zwarte dam kan dan niet los staan. Echter, de zwarte grondtroepen leken ruim voldoende voor de remise. In het verloop moet zwart wat fouten hebben gemaakt. Ten koste van wat schijven – Daryah had prachtige trucs ingebouwd – kwam hij wel met schijven bij de damlijn, maar kwam een soort utopische stand op het bord die voor Daryah gewonnen was, op de 88e zet! Op dit moment bood Daryah met wit remise aan, per slot stonden we voor, en was dit een hommage aan de strijdvaardigheid van haar tegenstander. Dit sportieve gebaar werd gecounterd door een nog sportiever gebaar van haar tegenstander, hij weigerde!

Zijn ploeg stond achter, en als wit haar dam op de lange lijn zou houden, timmerde hij met 41-47 beide dammen er af! Nu was de kans daarop ongeveer gelijk aan een directe meteorietinslag op De Doorbraak, maar het siert hem dat hij zijn eigen diepblauwe score opofferde voor clubbelang. Het vervolg was simpel, 23-12, (41-47), 12-29, (47×33), 29×36, en nu is de klem winnend: de zwarte dam kan alleen van hoek naar hoek, de tweede witte dam gaat naar 35 op het moment dat de zwarte dam op 46 staat, en wordt na 46-5 met 20-14 afgevangen: een bekend motief. Een zo werd het 8-4 en gingen we allen door middernachtelijk Wageningen naar huis met een spannend sportief verhaal om na te vertellen.
Wouter van Beek
Hieronder een van de mooiste trucs:

Wit heeft net naar 11 gespeeld. Als zwart nu 17-21 speelt, om geen schijf te verliezen, volgt 24-35 (15×24) 35×31! (26×37) 11×46 en wint na 47-42 op de volgende zet. Prachtig!


