Natuurlijk is Huissen onze favoriete tegenstander, immers de derby van Gelderland speelt zich af tussen WSDV en VBI Huissen. Dus toen de twee eerste ploegen van beide clubs
afgelopen zaterdag 19 oktober tegen elkaar speelden waren de messen geslepen, de ponjaards uit hun schedes, en de ‘goedendags’ gereed. Hoe het ons eerste verging, leest u elders, maar met het tweede – volgens alle insiders van die ploeg het team waar het werkelijk om gaat –, ging het prima. Qua rating zou VBI de overhand moeten hebben (totaal 10.075 tegen WSDV 9.865) maar dat kwam er allerminst uit. Zelf zat ik aan bord 1 tegen Geert van Aalten, een oude bekende, met de opdracht hem af te stoppen. Zoals de partij zich ontwikkelde, liep Geert voortdurend achter de feiten aan; in het streng klassieke duel gebruikte hij veel tijd om redelijk spel te houden, en uiteindelijk bereikte hij een gelijkwaardige remise in een symmetrische 8 x 8 ; dat was de eerste punt. De andere partijen deden er aanzienlijk langer over. Matthias speelde een van zijn bekende omsingelingspartijen, een strategie waarbij ik vaak mijn hart vasthoud, maar hij lijkt alles onder controle te hebben. Althans, toen zijn tegenstander Emiel Leijser iets teveel wilde, werd hij vakkundig gevloerd. Ester van Muijen lokte in een gebalanceerde partij haar tegenstander naar 27 en 29, waarmee hij in een klassieke wigformatie werd uitgeteld, een nette overwinning. Zo stond het ineens 5-1, dat ging goed.
Over Luise maakte ik me enige zorgen. Vanuit haar Tsjizhov-vuist had zij klassiek opgebouwd, maar zij kon haar centrumvelden niet op tijd aanvullen. Haar tegenstander, Ruud de Koster kwam in de aanval, met doorbraak op rechts, maar slaagde er niet in de winst te vinden – die er wellicht in heeft gezeten; enfin, Luise maakte bekwaam remise. Jesse van Beek had voortdurend het betere van het spel in een wederzijds randschijven systeem. De dam die hij forceerde leek heel goed, maar bleek uiteindelijk makkelijk remise. Tegen routinier Theo Berends speelde onze jonge ster Alexei Ovsyanko een frisse partij, waarin beide winst hebben laten liggen. Theo miste op de 45 e een fraaie combinatie – die hij zelf later aangaf – en kwam in een lastig 4 x 4 eindspel dat ons jongste teamlid prima behandelde, tot op de 55 e zet. Daar miste hij een subtiele winst – voor de computer kennelijk een peulenschil maar voor hersens van vlees en bloed niet – en moest remise toestaan; een beetje gerechtigheid dus, dat wel.
In een typische Kleinrensink-partij liet onze Henk K (we hebben nog twee Henken, nl. B en H) zijn jonge tegenstander Wim Hoek steeds net geen aanval. De partij was steeds in balans, mede door een overtollige schijf bij de Huissenaar. Inmiddels was duidelijk dat WSDV ging winnen, dus de laatste sloeg alle remisevoorstellen van Henk af. Maar wie in een gelijke stand remise ontwijkt, komt vaak slecht te staan, en dat gebeurde hier ook. Met een triktrak-grapje won de Wageningense routinier de partij nog, tot zijn intens genoegen. De laatste partij, tussen onze Tjeerd Harmsma en ‘hun’ Jan van Loenen werd door Tjeerd met vaste hand in half open banen geleid. De Huissenaar was kennelijk niet op de hoogte met een thematische schijfwinst in dat systeem en kwam bij vol daglicht een schijf achter. Ik dacht dat het snel gebeurd zou zijn, maar dat viel erg tegen, er zat nog heel wat spel in, en Tjeerd moest het zorgvuldig spelen. Dat was hem wel toevertrouwd, maar het kostte tijd, en zo was zijn overwinning de achtste en laatste uitslag, en wonnen wij met 12 – 4. Een mooie, regelmatige, overwinning, en met 6 uit 3 hebben we een prima start van het seizoen.
Wouter van Beek

