Wsdv
Borden 3 en 4

Eervolle nederlaag 2e team

Tevreden met een eervolle nederlaag

We hadden weinig illusies over onze wedstrijd tegen DIOS, want met een gemiddeld ratingverschil van 150 of zo, maakten we nauwelijks kans. Natuurlijk hebben we een heel behoorlijk team, maar op de collectie aan 1400 + spelers die zij hebben, kunnen wij niet bogen. Aan de andere kant, wat hadden we te verliezen, na het prima-prima seizoen dat we hebben gedraaid? Hooguit het feit dat we niet zouden promoveren, maar over die optie waren de meningen toch al verdeeld.
Enfin, dus opgewekt van start, wie weet zouden we een grote oogst aan blauwe vermeldingen binnenhalen, anders zou winst nooit in zicht komen. Zo begon dus Fred Ivens tegen Arnoud de Greef opgewekt een verkenning in het diepe achterland van het continent dat wij ‘Keller’ noemen. In een zinderende partij waarin hij met zwart de verdediging voerde – u weet wel met een zwarte schijf op 36 – liet hij een hoge opsluiting toe op links. Spannend, vooral omdat wit heel veel schijven nodig had in die opsluiting. In dit onbekende berggebied wisselden grote vergezichten zich af met diepe ravijnen, en dus zeker kansen voor Fred. Maar een paar fouten van onze toekomstige Bennekommer lieten de toppen uit het zicht verdwijnen, en Fred (‘Een baggerpartij, moe en te veel verhuizingsstress’) moest opgeven met nog flink wat manschappen op het bord. Een partij om te analyseren, wordt deel van het volgende boek van Baljakin.

Borden 7 en 8
Ester van Muijen speelde de 33-29 opening van Hendrik van der Zee energiek tegen (16-21!) en de notaris/grootmeester ging– wellicht beroepshalve – niet in op de wilde speculaties die daaruit kunnen voortkomen. Daardoor ontstond een soort spiegelgevecht, waarin Ester wel te
kampen kreeg met een halve hekstelling. Zij slaagde er echter in daaruit te ontsnappen en toen werd de vrede snel getekend: bijna blauw voor Ester. Dat was de eerste van een serie gelijkwaardige partijen. Luise Gabbert kwam prima uit de klassieke opening, en had perspectieven, doordat Frits Zegelink in het gesloten klassieke een lastig tempo-overschot had gecombineerd met een zwakke rechterflank. Luise kon echter niet verhinderen dat hij zich los kon ruilen, kwam wat onder druk door een offertje, maar redde zich bekwaam door een tactische finesse. Zelf kwam ik tegen Bas Messemaker wat gedrukt uit een overigens bekende opening, met een delicaat randspel, maar Bas liet de partij klassiek worden. Daarin kreeg ik makkelijker spel, en toen Bas wat probeerde te forceren met 28-22 had ik nog winstkansen, liet Presman zien; die miste ik, maar goed remise was ook mooi, want deze is wel diepblauw. Matthias de Kruijf en Boudewijn Derkx streden om het centrum, wat eventjes Roozenburg werd, en daarna een centrumaanval door Boudewijn. Matthias, gehaaide verdediger als hij is, ving dat bekwaam op met een correcte remise als resultaat. Op het spel van Erik ten Hagen kreeg onze Jesse van Beek weinig grip, en van een flankspel werd het klassiek, dat weer werd uitgeruild. De uitgewoede stand was marginaal beter voor Jesse, maar toch potremise.

Borden 5 en 6

Borden 3 en 4
Spannender werd het tussen Pim Meurs en onze Moussa Coulibaly. Vanuit de Russische variant van 32-28 16-21 werd het een onduidelijke Roozenburg, waarin Meurs met zwart toch geleidelijk beter kwam te staan. Hoewel veel tijd werd gebruikt, vond onze Malinees tijd voor het middaggebed, daarin gadegeslagen door barman Joris, die nu weet waar het oosten in ons gebouw ligt, nl. waar hij zelf staat! Moussa moest op het eind nog alle zeilen bijzetten om een 1 -om 3 remise te bereiken. ‘Il joue bien’ zei hij mij na afloop want hij kende zijn tegenstander niet, en ik verzekerde hem dat een gelijkspel tegen Pim Meurs nog zo slecht niet is. De laatste gelijkwaardige partij was van onze oer-Wageninger Henk Kleinrensink. Met zijn bekende omsingelingsspel leek het of hij zijn tegenstander Joost Hooiberg de aanval liet, maar die kreeg net niet voldoende grip op de stand. Het liep uit in een miniklassiekje waarin Henk naar de remise moest zoeken, maar in het ingewikkelde eindspel deed hij dat kundig.

Borden 1 en 2
Onze jonge held Alexey Ovsyanko moest het opnemen tegen niemand minder dan Alexander Presman. Het werd een vintage Keller – dat blijft toch voor ambitieuze spelers een voortdurende verlokking. Hierin trok onze Benjamin met wit onvervaard ten aanval, en hij deed dat goed: de analyse van Presman op internet geeft aan dat de grootmeester aan een nadelige variant ontsnapte. Daarna werd de aanvalsstand afgebroken naar een lastige omsingeling van het witte veld 29 plus een zwakte op links. Een paar onnauwkeurigheden waren voldoende voor een afgetekende winst van de Achterhoekse routinier. De meest curieuze partij kwam het laatste uit. Tegen Henk Sonderen omsingelde Robert Jan van Steenbergen met zwart bekwaam, met als gevolg een interessante net-niet-aanval van wit. Op de 33 e zet miste Robert-Jan een mooie damzet-met-schijfwinst, maar kwam toch veel beter in het eindspel. Al met al was remise al duidelijk in zicht maar de DIOS-speler dacht telkens iets slimmer te zijn dan de opgelegde remisevariant, met als uiteindelijk resultaat een mooie winst van Robert-Jan. Het commentaar van Presman, die naast mij stond, was: ‘Tja, het eindspel is ander dammen.’ Hoe dan ook, 11-9 was voldoende voor DIOS en wij van onze kant hoefden niet te vluggeren. Volgend jaar weer lekker in de Hoofdklasse!

Wouter van Beek

Foto’s: Alla Ovsyanko