Wsdv

Geen ‘Bommeltje’ tegen Apeldoorn, maar winst

Geen ‘Bommeltje’ tegen Apeldoorn, maar winst

‘Nee, Apeldoorn is niet ver weg’ hield ik vol tegen Fred Ivens, die achter in de auto zat bij Wim van den Berg, ‘het is maar drie kwartier rijden. Winterswijk is ver weg’ – en dat kon Fred beamen – ‘en Sinderen is ver weg’, en zo ging Fred akkoord met spelen in Apeldoorn. Het zijn lange herfstavonden, wanneer je uitspeelt, en het zou goed zijn als de Gelderse Dambond het tempo overneemt dat we in de onderlinge spelen in WSDV, 45 min + 30 seconden. Lang genoeg om rustig te spelen, en snel genoeg om voor middernacht thuis te zijn. Het scheelt nl. een uur op een normale partij. Maar dit terzijde.
In Apeldoorn was in elk geval het tempo geen groot probleem. In de stad van de Apenheul had men kennelijk gekozen voor een tactische opstelling. Hun kanon, Paul Wijninga, zat op het laatste bord en daar had onze Frans van der Veer het mee te stellen, geen gemakkelijke opgave. Aan het eerste bord moest Dick Berking proberen Fred Ivens af te stoppen, en de tussenliggende borden moesten het dan droog zien te houden. Dat lukte onze tegenstanders maar zeer ten dele. Fred probeerde met zwart de witte stand in de tang te houden, eerst klassiek daarna in ‘Utrecht’ maar wit ruilde er zich telkens bekwaam uit, en Fred gaf maar remise in een middenspelstand waarin hij eigenlijk wat onder druk stond. Gelukkig vond zijn tegenstander het al een hele eer om tegen ‘niemand-minder-dan-Ivens’ remise te maken en ging hij ermee akkoord – een instelling die overigens te prijzen valt, maar dan wel vooral bij onze tegenstanders. Frans slaagde niet in de tactische opdracht die zijn teamleider hem had gegeven (‘laat hem niet in de aanval komen’), en verloor veel terrein. Net toen hij wat wilde recupereren, sloeg de Apeldoorner toe met een fraaie damcombinatie, mooi verborgen en dodelijk. Tja, teveel geweld op het bord, en Frans moest capituleren; geen schande. Daarmee zouden we met 1-3 achter gestaan hebben, ware het niet dat de ‘prof-sectie’ van ons team de bakens al grondig aan het verzetten was. Zelf had ik tegen Jan Visscher een heel voorspoedige klassieke opening, waarbij Jan zich opzadelde met een onmogelijke lange vleugel, mij toeliet in zijn centrum en tot slot in een eenvoudige damcombinatie liep; dat was na een uur afgelopen, een Kurzpartie. Het andere lid van de sectie, Simon Oosting, was bezig
met een subtiele omsingeling tegen Albert Borreman, die zijn aanval net niet kon doorzetten, bij vol daglicht een schijf verloor en toen moest aanzien hoe Simon vakkundig doorbrak. Simon, met wit spelend, haalde dam op 5 waar 4 beter was. Hij moest toen onverwacht uitkijken voor een-hakje-met-dam-slaan, maar lost het vakkundig op, onder geboeid toezien van het hele team. Cor Langeveld had toen al laten zien het dammen niet verleerd te zijn, en ontwikkelde een soliede aanval tegen Willem van Starkenburg. Met een kleine combinatie, gevolgd door een flitsend offer, maakte hij de partij keurig af. Onze vaste kracht Wim van den Berg kreeg heel geleidelijk greep op de stelling van zijn opponent, sloot hem op, won een schijf en incasseerde een verdiende twee. Het werd dus 9-3, waarmee we de niet-zo-lange reis naar huis konden inslaan.
Enfin, Apeldoorn sneefde. En nu dat ‘Bommeltje’. Bij aanvang zei Paul Wijninga als tegen mij, dat hij het jammer vond niet tegen mij te spelen, om een ‘Coen Bommeltje’ te doen. Coen Bommel uit Barneveld/Harderwijk heeft vorig jaar namelijk twee maal achter elkaar van mij gewonnen, en kennelijk heeft dat veel indruk gemaakt. Zo is een ‘Bommeltje’ is beroemd geworden over de hele Veluwe, een faam bekend van Barneveld tot Beekbergen, erkend van Ede tot Elspeet, een roem die je hoort van de Harskamp tot Heelsum, en een geluid dat galmt van Gortel tot Garderen. Het heeft niet zo mogen zijn, Paul….

Wouter van Beek