Wsdv

De mooiste muziek staat in mineur

Het zijn niet de succesverhalen die de mooiste kunst maken; integendeel, het zijn de drama’s, de tragedies die de meesterwerken van onze beschaving voortbrengen.
Stel je maar eens voor, een Hamlet die gelukkig trouwt met zijn Ophelia, of een La Traviata die eindigt met de genezing van Violetta door een nieuw medicijn: pure anticlimax! Nee, dan is een diep-tragische slotakte met een stervende held of een wegkwijnende heldin veel overtuigender, veel indringende, dat blijft hangen in het collectieve geheugen. Op de weg terug van Utrecht zei Harry Otten in de auto: ‘Tja, de mooiste sonates staan in mineur’, en dat is dus mijn thema in onze slotwedstrijd tegen Huissen.

Echter, een sonate is te vreedzaam als parabel voor een wedstrijd als de onze, beter de opera, de schoonste van alle kunstvormen. De ouverture eerst – wat anders? – en die is rustig, met een langzame melodie waarin alle instrumenten uit de orkestbak harmonieus samengaan. Op alle borden werd bedachtzaam geopend, zonder al te veel risico’s, behalve op één, tussen Shvartsman en Krajenbrink. De laatste zette de partij scherp op, leidend tot de eerste grote aria, die van de KVO. De tegenstander wil winnen, tegen onze grote Alexander? Nou, dan moet hij bijzondere middelen
vinden, en hogere machten inroepen! Geduldig wachten en de KVO eerst innemen, terug ruilen en dan weer innemen, het operapubliek werd getrakteerd op een kunststukje van formaat in deze Shvartsman-aria. De hulp voor Johan kwam van zijn medespelers, van de Utrechtse held Wouter (tja, ik kan het niet laten, alleen deze Wouter heet Ludwig) die onze eigen Johan Sterrenburg liet zien dat aanvalsklassiek riskant kan zijn. De halfopen opening van de Wageninger leidde tot het klassieke duet geheten ‘Il faut tenir’, de lijfspreuk van Ghestem, laat de tegenstander vastlopen, en dat lukte, en zo zag Johan de sterren in zijn burg één voor één uitdoven.
Het koor kwam er nu in, essentieel in elke opera, bezingend de strijd tussen gelijken, gewaagd aan elkaar, als uiting van de diepe waarheid dat het leven niet alleen verlies of winst is, maar ook gewoon ‘bestaan’, zinvolle existentie. In damtermen heet dat remise, en die zagen we, mooie harmonieuze partijen waarin geen van beide de overhand kon krijgen. Zo hield Koos van Amerongen zijn geduchte opponent Odin Mol keurig op afstand, een partij die nooit uit evenwicht kwam, passend in deze koorzang der gelijkheid. Zo ook zong Daryah, de enige vrouw in het gezelschap – dat
zou een verwijzing zijn naar Carmen van Bizet, maar een Femme Fatale rol was hier niet voor haar weggelegd –in dit koor tegen Jos Stokkel, de ervaren routinier die iets te bewijzen had sinds zijn vorige wedstrijd tegen WSDV: de harmonie bleef domineren.

Een crescendo nu in de koorpartij, de strijd der reuzen, met het universele thema aanval tegen verdediging; eerst de jonge reuzen, Emre Hageman tegen Caspar Remeijer, en daarna een jonge tegen een oude reus, Simon Harmsma tegen Gérard Jansen, en tenslotte twee giganten, Jan Groenendijk en Vadim Virny. De drie Wageningers wierpen hun volle gewicht in de strijd, maar ervoeren het klassieke dilemma : Wat gebeurt er als een onweerstaanbare kracht stuit op een onwrikbare rots? Het resultaat : vechten, vuur en vonken, eindigend in een gelijkspel.
Tegen het eind van de opera komen de grote aria’s van de solisten, en het lot had hiervoor onze jongste en onze oudste held uitverkoren. Zoals iedere jonge held ging Alex Ovsyanko er vol in, riskant maar met een missie, recht door het midden. Fred de Koning hield stand op zijn bolwerk op rechts, en Alex’ aria werd er een van berusting, van genoegen nemen met wat het lot ons schenkt, remise. Dat adagio was ook bij de oudste held, Alexander Baliakin, te horen, die Jasper Lemmen net niet genoeg in zijn greep kreeg, hoe hard hij ook probeerde. En dat brengt ons bij het slotakkoord, de culminatie van de opera, de sterfscene, gespeeld door ons aller Machiel Weistra. In vorige afleveringen heeft hij ons zoveel moois gegeven, zoveel mooie aria’s gezongen, maar nu woog het Fatum zwaar op hem in de persoon van Thomy Mbongo. Winst was nodig, risico’s gewenst, maar helaas, helaas, het lot besliste anders. En zo stierf Hamlet, gleed Violetta de dood in, en verloren wij van Huissen. Inderdaad, de mooiste muziek staat in mineur.

Wouter van Beek, Wageningen, 6-4-2026

Jan tegen wirny door wouter Jan in opperste concentratie.