Wsdv
Zonder

Kampioen Gelderse Hoofdklasse

Kampioen ! Nu wel…

Inderdaad, we waren sterk opgekomen, donderdag 5 februari, en de teamleider van Huissen, Rob Schrooten had daar een wat zuinig commentaar op: ‘Jullie willen zeker kampioen worden’. Inderdaad, Rob, wij wilden kampioen worden, en ik had geen goesting in een herhaling van vorig jaar waar we de Gelderse Kroon net uit onze handen lieten glippen. Tegen Laren waren we al onderuit gegaan, maar doordat de concurrenten ook punten lieten liggen, stonden we twee ronden voor het einde nog drie punten voor. Dus die wedstrijd tegen Huissen wilde ik winnen – toch al een must voor een rechtgeaarde Wageninger (hier laat ik maar even onvermeld dat ik ooit voor Huissen heb gespeeld en met het eerste landskampioen ben geworden, maar dat is lang geleden). Een Dream Team dus, want niet alleen was Alexander Shvartsman van de partij – zoals ingepland – we konden ook over Tjeerd en Simon Harmsma beschikken. Dat maakte het wegvallen van onze Malinees Moussa Coulibaly, trouw deelnemer in ons zestal, meer dan goed. Onze toeverlaten Wim van den Berg en Henk Kleinrensink waren nu reserve.
Maar ja, soms heeft een Dream Team het niet eens zo makkelijk, want het leek aanvankelijk helemaal niet duidelijk, Huissen was echt niet van plan het ons makkelijk te maken. Daryah en Simon waren met een aanval bezig, maar Fleur Kruysmulder had het Alexander heel moeilijk gemaakt om tot een echte aanval te komen. Zelf stond ik solide-zonder-aanknopingspunten, maar de situatie van Fred was onduidelijk en lastig. Toen Tjeerd tegen Jos Stokkel werd verrast door een offer en slecht kwam te staan, en de verdediging van Peter Litjens tegen Daryah heel effectief leek, zag ik de droom wat wankelen voor ons team.
Zover zou het niet komen. Ik had tegen Remco Vredenburg een intiatiefrijke opening, maar hij kon mijn zwarte voorpost op 27 wel weg ruilen. Misschien wachtte hij daar iets te lang mee, want om een inval op 28 te voorkomen ruilde hij 27 weg richting korte vleugel. Vanaf dat moment kon ik zijn lange vleugel uitputten, en toen hij met wit 29 bezette kreeg ik houvast, met een soort onvoltooide halve hekstelling (lange term voor twee schijven op 20 en 24). Hij verloor de controle over 28 en verloor vrij snel. Daarmee, zoals Fred zei, was de ban gebroken. Daryah ging opgewekt door met haar aanval, steeds dunner dat wel, terwijl Fred vermoedelijk ontsnapte doordat Gerard Boogaars een dam niet zag. Die remise was zeer welkom, en nu waren de kansen aan onze zijde. Simon speelde een prachtpartij tegen team captain Rob Schrooten, centrum aanval met zwart, witte winkelhaak op rechts. Dit kan zo in een boekje: de witte aanval liep vast en de zwarte sloeg door. Rob trachtte zich met meerslag-en-plakker te redden, maar zijn enige verdediging sneefde door een finesse met damgeven. Mooie overwinning, die zetten we nog op onze website.
Tjeerd had na de offerwending nauwelijks nog speelruimte over, maar toverde nog een doorbraak op het bord, wat duur, maar met remisekansen. Wij, de wat onnozele toeschouwers, dachten – hoopten – dat dit nog een standaardremise was, zwart dam op hoofdlijn en schijf op 36 die tegen gehouden werd door witte dam op 47. Maar ja, je bent niet voor niets grootmeester, en Stokkel liet zien hoe je dat doet, met een tweede dam en een schijf die op 24 stond en niet op 20. Leerzaam!
Peter Litjens was met stevig offeren door Daryah’s witte stelling gebroken, en of dit gewonnen was of niet voor onze ex-wereldkampioene, moeten de geleerden maar uitzoeken. In elk geval had zij een flitsende finesse als riposte op de meest voor de hand liggende damname, en won ze.
Daarmee waren we kampioen, maar alle ogen gingen uit naar het heroïsche duel tussen Fleur en Alexander, en die haag van toeschouwers stond daar heel lang. De witte aanval van Alexander was toch uit de verf gekomen, zij het met een achtergebleven schijf op 35, maar Fleur verdedigde zich prima. Zij kon een schijfverlies niet voorkomen, maar toen Alexander een combinatoire winst miste (jazeker, dat overkomt de beste!), kwam er een ingewikkeld eindspel op het bord, waar het zwarte klaverblad op links vier schijven vasthield, en de vrije schijf van wit niet naar dam kon. Alexander speelde lang door, zonder duidelijk winstplan leek me, en op de 77e zet (!) claimde Fleur herhaling van zetten. Klok stil, ‘vakjury’ benoemd en inderdaad: dezelfde stand was drie maal voorgekomen. Reglementaire remise dus! Hulde en bloemen voor Fleur. Alexander was niet tevreden, tja dan had hij die winst maar moeten zien – gewone dammers kennen dat gevoel maar al te goed.
Al met al een mooie wedstrijd, waar het Dream Team hard heeft moeten werken, maar we zijn nu echt kampioen! Harry Otten had champagne meegenomen, en we staan allemaal netjes op de foto.

Met

Wouter van Beek