Een nette overwinning
Natuurlijk is het tweede het échte’ WSDV (meeste bestuursleden !) en dat lieten we zien ook, afgelopen zaterdag in Amstelveen. Ester had weer een mooi team bij elkaar, en had een puike opstelling bedacht, tactisch en het werkte. Trouwens, ook 020 – ik moet altijd aan O2 denken bij die naam – had zoiets, die zaten ook ‘door elkaar’. We moesten het zonder ons geheime Malinese wapen doen, want Moussa is overgeplaatst naar Rotterdam. Enfin, welgemoed van start. Zo na anderhalf uur liep ik de borden opgewekt langs, nergens grote problemen, en op onze zware-staartborden veldoverwicht. Fred Ivens had het in de auto al over tegenstanders gehad en trof een bekende, Frank Pasman, een geduchte tegenstander – ook buiten het bord (hij is uitsmijter, info Fred). Die zet je niet zomaar van het bord en dat merkte Fred. Hij probeerde na een tempo verliezende opening overwicht te krijgen, en dat lukte, een beetje. Alleen op het kritieke moment kon hij met zwart net niet aanvallen, en werd het een snelle remise. Heike had het beter voor elkaar aan bord 7. Vanuit een bekende aanvalsopening tegen 32-28 kreeg zij met zwart overwicht op het hele bord en hield dat ondanks maximaal ruilwerk van wit in stand. Toen wit de zwarte voorpost eindelijk afruilde was het in feite te laat en ging zijn schijf op het terugveroverde centrum roemloos ten onder.
Het zag er toen al goed uit ; ik mocht dan enige zorgen hebben over Arie Jansen van Doorn en Ester, maar op de borden van Tjeerd, Marcel en Robert-Jan scheen de zon. Zelf zat ik in een klassiek lijf-aan-lijf gevecht met Johan Capelle, dat kon nog alle kanten op – daar kom ik aan het eind op terug. Tjeerd zat tegen Frank Zwerver met zo’n 500 ratingpunten minder, dus die dacht terecht ‘hoe minder schijven des te beter’. Maar hoe kom je vanuit een klassieke opstelling tot aanval? De Ghestemdoorstoot leent zich daartoe, maar de 020 invaller verweerde zich kranig. Pas op de 45e zet maakt hij een fout (9-14 ?) en toen was het pleit snel beslist.
Zo, die zware-staartborden hadden hun werk gedaan, maar nodig was dat wel. Ester zag Rob Geurtsen tegenover zich, hun 2e speler. Als altijd ging onze captain er vol tegenaan, in een moeilijke opening die ik met enige zorg gadesloeg, maar zij had het beter beoordeeld dan ik. Na een grote ruil volgde echter een wederopbouw waarin zij met wit probeerde Rob’s centrumschijf onder druk te zetten. Vermoedelijk ging zij daar iets te lang mee door, want het sloeg om in een zwarte aanval die beslissend bleek.
Inmiddels had ik ook verloren (ja, hoe dat vertel ik hier onder wel, het is al moeilijk genoeg…) dus waren we een beetje terug bij af. Marcel Monteba zat met wit tegen Bert Bakhuis een zwarte halfopen variant vakkundig tegen te spelen, daar zat muziek in. Nu houd ik zelf ook van halfopen, maar zoals Bert het speelde zag ik niet zitten: die zwarte lange vleugel zag er vreselijk uit, zo heb ik dat niet van Roozenburg en Bom geleerd. Marcel besteedde veel tijd aan een strategie maar kon niet voorkomen dat die vleugel netjes werd gefatsoeneerd, terwijl ook zijn Utrecht aanval vakkundig werd weg geruild. Remise dus
Een opsteker was de mooie remise van Arie tegen de nr. 1 van 020, Johan Wiering. Arie speelde dat heel slim, gaf geen terrein prijs, bezette het centrum ondanks een randschijf en ontwikkelde genoeg druk op diens linkervleugel. Johan slaagde er niet in om de Wageningense troepenmacht vast te houden, en kwam in een subtiel middelspel één tempo tekort voor winst, of liever Arie bereikte een prachtige, diepblauwe puntendeling. Hulde !
En dan onze matchwinner, Robert-Jan. Rahjinder Jharap – ik geloof dat dit correct is gespeld – en hij speelden een partij met twee gezichten. Het begon met een flankspel-in-evenwicht, dat door wit werd weggeruild. Dat resulteerde in een soort klassiek, maar waarin de witte Amstelveense stand tekenen van schizofrenie vertoonde. Met zwart toonde Robert-Jan aan dat die witte schijf op 17 geen probleem was voor zwart en liet die gewoon staan. Wit koos ten onrechte voor spelen op zijn andere helft, en zag zijn mooie schijf 17 verworden tot een wanordelijke knoedel valse staarten. Niet gehinderd door de starende blikken van een haag toeschouwers speelde onze penningmeester het voorzichtig maar secuur uit tot een winnend overmachtseindspel : 9-7, we hadden gewonnen.
En dan nu mijn nederlaag, en hier wat techniek. Johan Capelle bouwde met wit een Tsizov vuist op en ik maakte daar een lange vleugel opsluiting van, en zo belandden we in een geladen, maar niet onbekende klassieke stand.
Wouter van Beek

Johan Capelle
Stand na de 29e zet van wit. Deze stand moet natuurlijk meer zijn voorgekomen; Ton Sijbrands kan vermoedelijk vijf partijen uit het hoofd opnoemen. De normale zet is 39. … 11-17. De vraag is dan wat het scherpe 27-21 (x) x (x) 37-31 (x) x [op 36-31 volgt (17-22) x (x) met gelijkspel?], (18-22) 31-27 (x) x, (12-18) oplevert. Volgens mij zou dat geen probleem voor zwart opleveren, en dat klopt, kijk maar, wit is aan zet.
Analyse-diagram Van Beek – Capelle

Ook vaker voorgekomen, maar instructief. Op 34-29 x x wint zwart met 24-29 en 18-22. Maar ook na 48-42 haalt zwart vernietigend uit: 17-22, 23-29, 13-18, 23×48 9-14, 8-13, 3×43. Uit !
Na 48-43 is bovengenoemde afwikkeling met 23-28 remise omdat de zwarte dam er af gaat.
Terug naar de partij. Het normale antwoord voor wit is dus 27-22, zwart slaat terug naar 7, en we krijgen een evenwichtige klassieke stand. Maar ik dacht dat er misschien meer in zat, en
verslaafd als ik ben Ghestem – ja, Jozef, de kaashandelaar uit Lille – speelde ik vanuit het eerste diagram 29. … 23-29!? 30. 34×23 18×29 31. 27-22 (of ?) 12-17
Van Beek

Capelle
Een geladen stand. Op het voor de hand liggende 31-27 (17-21) 36-31 volgt een bekende doorbraak met 11-17, 16×7. 16-21, 7-11, 29-34, 24-29, 29×30, 8-12 en 13×44. Wat duur, maar door schijf 31 heeft wit geen vangstelling meer. Johan had hier geen goesting in, dacht heel lang na, en kwam toen met een mij geheel onbekend offer : 32. 22-18! 13×22 33. 32-27! Een prachtige vondst. Ik kon geen weerlegging vinden, en ving op met 33. … 8-13 34. 27×18 13×22. Een schijf meer is nooit weg, nietwaar? Ik had nu 28-23 verwacht met een remise afwikkeling, maar Johan speelde 35. 37-32! 26×37 36. 42×31, en nu is 28-23 veel erger want ik moet drieslag nemen en kom ik helemaal niet op dam. En dat gebeurde, en zo verloor ik deze partij. Het juiste antwoord op het offer is 33. … 17-21 34. 27×18 11-17.
Utopisch analysediagram

Ik had hier wel naar gekeken, maar zag wel dat ik na 18-12 (8-13) 28-23 (19×39) 30×8 niet kon doorlopen met schijf 39, maar niet dat ik kon spelen (21-27!) 31×11 (16×18) 8-2 (39-44) met remise eindspel. De andere varianten geven ook remise. Jammer, maar mooi gevondenvan Capelle.
Enfin, we hebben gewonnen en staan zelfs helemaal alleen bovenaan.
Wouter van Beek


