Wsdv

Een daalder waard of eerste gespin?

Tegen het tweede van de Damcombinatie Fryslaon (wat de Friezen met die ‘a’ doen … daar moet je als Gelderlander afblijven) leek het eerst niet erg goed te gaan. Wouter haalde tegen Jan Algra een beproefde opening van stal, met een volgens hem gedegen strategie. Hij bleek echter teveel tempi te hebben verloren in de klassieke opening, kon schijf 50 niet tijd bijhalen, en hield gaten in zijn stand. Net toen hij dacht alles toch onder controle te hebben, kwam Jan Algra met 14-20! en bleek de resulterende KVO dodelijk. De eerste klap is een daalder waard, moeten de Friezen hebben gedacht. De tweede uitslag sloot daar wel op aan. De partij van Gerben van Steenbergen tegen Jappie de Vries ontplofte nergens, al probeerde zijn tegenstander in de opening wel te compliceren. Gerben hield netjes de Friese boot af en bereikte een gelijkwaardige remise, 3-1 voor de gasten.

Gerben En Alex Gerben en Alex, goed voor 3 punten

Op de andere borden was de strijd nog in volle gang, de vooruitzichten voor DCF leken goed. Robert Jan van Steenbergen hield vanuit dezelfde opening als Wouter – maar dan met de tegenkleur – druk op de stelling van zijn tegenstander, maar kon niet voorkomen dat deze goed gebruik maakte zijn ruilmogelijkheden en makkelijk remise bereikte. Jesse van Beek speelde een soliede partij tegen een dito tegenstander; in het late middelspel poogde hij via het kerkhof aan te vallen, maar werd eenvoudig afgestopt. Ook van Beekse doorbraak werd goed tegengespeeld, dus winst zat er voor mijn naamgenoot niet in. De beslissing zou dus gaan vallen aan de andere borden: was de eerste klap een daalder waard, of zou het eerste gewin kattengespin blijken te zijn? Met  spreekwoorden kun je altijd alle kanten op. Luise Gabbert gaf al snel reden tot Wagenings optimisme. Al op de 19 e zet kon ze met een eenvoudige forcing met zwart doordringen op veld 40, en vanaf dat moment zij gewonnen spel. Ze moest wel geduldig manoeuvreren maar dat lukte prima, met een verdiende winst.

Jesse En Luise Jesse en Luise, ook 3 punten

De kanteling kwam bij Ester. Zij kreeg na een complexe opening een heftige centrumaanval van Willem Leyenaar voor haar kiezen, in een soort Van Leeuwen opstelling met een KVO van Ester. Haar omsingeling werd combinatoir afgewikkeld ten koste van twee vijandige schijven diep in haar rechterflank. Ik had echter geen tijd om me zorgen te maken, want met een fraaie omhaal won onze captain na een fout van Willem gedecideerd. Dat was het kantelpunt in de wedstrijd, de dominostenen begonnen onze kant op te vallen. Alex Ovsyanko was bezig aan Nick de la Fonteyne te laten zien waarom een KVO een riskante spelvorm is. In een technisch puike partij toonde hij hoe zo’n opsluiting tegengespeeld dient te worden –inderdaad gecombineerd met een centrumomsingeling, en al duurde het even door de Friese tegenstand, aan het resultaat viel niets af te doen, winst. Daarmee stonden we beslissend voor, alleen Fred was nog bezig, en dat kon niet echt fout gaan. Een boeiende partij tegen Oege Dijkstra – praktisch dezelfde rating! – leverde een Harrie op voor de Fries die Fred wist te isoleren. Het late middelspel werd daardoor heel subtiel en lastig, maar leek op een remise af te stevenen, toen Oege het wellicht iets te licht opnam. Fred verzilverde zijn eindspel voordeel met een flitsend offer van maar liefst twee (2!) dammen, en won door oppositie. Fraai!
Enfin, voor de Friezen was het eerste gewin dus kattengespin geworden, en we staan nog steeds bovenaan!

Wouter van Beek