Op het nippertje – helaas
Meestal betekent ‘op het nippertje’ dat het net goed is gegaan, maar hier ging het net verkeerd. Dus eigenlijk onder het nippertje, hetgeen de vraag oproept wat die nipper dan is, waar je op moet zijn en niet onder …
Enfin, de strijd tegen aartsrivaal Huissen was spannend, van begin tot eind. De bedoeling was geweest met een ploeg van louter 80-jarigen aan te treden, dan heb je tenminste wat ervaring in huis, nietwaar? Arie Jansen van Doorn had echter last van zijn rug, en gelukkig was Wim van den Berg zo goed om in te vallen. En te rijden, als jongste! Beterschap Arie !
Het begon allemaal zo goed. Aan het eerste bord trof ik Jos Stokkel, een goede bekende – we hebben vorig jaar samen nogal wat opgetrokken in Yaoundé tijdens het WK in Kameroen. Ik speelde met zwart tempo-winnend klassiek, maar had wat vroeg 1-7 opgespeeld, en moest dus op het goede moment wachten om na 11-17 27-22 x x x verder te kunnen gaan zonder Olympische formatie. Ik wachtte zo lang mogelijk, en het leek alsof Jos voordeel kreeg, maar dat was bedrieglijk, daarvoor was het tempoverschil te groot; hij wilde wat teveel, moest een bomzetje toelaten en kwam te zitten met een fragiele voorpost op 23. Zijn verdediging bleek niet te kloppen en ik besliste de strijd door een dam-geef finesse met achterloop. Yes !
Hier is de beslissende fase, na de 36e zet van zwart (8-13)
Jos Stokkel

Wouter van Beek
Jos moest iets doen tegen 12-17-22, dus 37. 32-28 25-30! (Nu kan 40-34×34 niet door 21-27 en 13-18) 38. 43-39 13-19! 39. 23×3 30-35 40. 3×17 35×11 en het was snel uit.
Bij analyse bleek er geen redding. Bijvoorbeeld 37. 37-32 26×37 38. 32×41 30-35 39. 40-34 9-14 40. 28-22 (of?) 21-27 ! 41. 22×31 13-18 ! Op 23-19 14×23 breekt zwart snel door, en na 34-29 kan hij na 12-17 23×21 16×49 meteen de hand schudden.
Daarmee stonden we voor, en zag het er goed uit. Henk Kleinrensink hield Jan van Loenen netjes in de tang ; deze probeerde wel aan te vallen maar werd door Henk’s secure omsingeling keurig in toom gehouden, en de vrede die getekend werd was volstrekt terecht; uiteindelijk was het niet de WSDV-er maar de VBI-er die remise moest maken. Aan de twee laatste borden werd het spannend. Willem Hoek wrong zich in een aantal bochten om de stand ingewikkeld te maken, via een KVO met daarna een wat geforceerde Roozenburg, maar Wim hield het hoofd koel en toen het allemaal gelost was, leek er een houdbare stand over te blijven.
Inmiddels had de partij tussen Fleur Kruysmulder en onze Fred zich getransformeerd van een zwarte Wageningse hekstelling naar een klassieke stand waarin wit iets makkelijker leek te staan. Maar, zoals vaak gebeurt met klassiekjes, was het tempo op de hand van zwart, wat ook zijn achtergebleven schijf op 15 tot een sterkte maakte. Een ingewikkeld laat middenspel volgde met wederzijds doorschuiven naar het kerkhof, een stelling vol Wageningse hoop en Huissense vrees bij de vele toeschouwers. De Nederlands kampioene forceerde wel een doorbraak maar die kostte twee schijven. Fred zag het ingewikkelde eindspel aankomen met beiden twee dammen en veel schijven en zag er geen winst meer in: remise. Inmiddels was Wim geschrokken van een mogelijke witte inval op 23 en had zich daarom op links laten opsluiten. Helaas had hij zich verteld en kwam hij een zet te kort om de schijf nog te dekken, een schijfwinst die door zwart keurig werd uitgetikt : 4-4.
Sneldammen dus. Wat er op de andere borden gebeurde weet ik niet, alleen dat Fred en Henk weer remises aantekenden. Na een lastige opening kon ik net de omsingeling van mijn centrum vermijden, en kwam ik in een klassiekje terecht met beiden een overtollige schijf. Maar ook mij was het tempo goedgezind en Stokkel moest een nadelig eindspel ingaan. Het lukte me niet dat te winnen, en dus lag alles weer op de schouders van Wim. Die vocht als een leeuw tegen de precies 200 rating punten meer, en ging helaas door zijn vlag ! Jammer, want 4-4 was genoeg geweest (1e bord had gewonnen), maar nu won Huissen toch ‘op het nippertje’. Voor hen gold het wel! Enfin, een boeiende avond waar we nog lang over na kunnen praten.
Wouter van Beek


