Stekelvarkens op de 100 velden
Stekelvarkens waren we, maar aardige stekelvarkens. Waarom? Wanneer stekelvarkens vechten, doen ze dat met hun staart: daar zitten de langste stekels in, de lange zwart-witte punten die zo venijnig kunnen aankomen (en die in Afrika het symbool zijn van woeste mannelijkheid). Wie de sterkste en grootste staart heeft, die wint, als stekelvarken dan.
Welnu, dat was in de wedstrijd tussen WSDV 2 en Witte van Moort 2 precies het geval: de sterkste staart won. En die krachtsverhouding was vanaf de start duidelijk, want het tweede uit Westerhaar kwam met twee invallers die zich niet erg thuis voelden in de Hoofdklasse, gezien de ruim 500 punten verschil in rating. Het werden dan ook geen diepblauwe noteringen. Johan Sterrenburg won al snel een schijf, en toen zijn tegenstander nog een dammetje toeliet stond de eerste 2 snel op het bord. De tweede moest wel even op zich wachten, want Gerben van Steenbergen slaagde er aanvankelijk niet in om zijn toch veelbelovend uitziende hekstelling te verzilveren. Zijn tegenstander kwam er netjes uit, en had toen eigenlijk best aardig spel. Het krachtsverschil bleek in de opbouw daarna, toen de Westerhaarse linkervleugel geheel lam kwam te liggen, en Gerben een duidelijke positionele winst kon bijschrijven.
Vanaf dat moment leken we een gewonnen wedstrijd te spelen, de staart had het gedaan! Eigenlijk was dat nog geen gelopen race, want de rest van het stekelvarken kon het verschil niet maken. Verre van dat. Fred Ivens was de eerste remise. Theo Leoné en hij hielden elkaar zorgvuldig in evenwicht in een variant van de 33-29 17-21 opening. Fred kon de stevige centrumopstelling van
zwart niet voorkomen, noch daar iets geniepigs tegenoverstellen, en hield het in een 10 om 10 gezien. Leoné’s achtergebleven schijf op 15 gaf hem ook weinig hoop op iets anders, dus inderdaad remise. Zelf liep ik tegen Bart Ekkel, een ‘herintreder’ die nog geen rating heeft maar het bepaald nog niet heeft verleerd, eigenlijk steeds een beetje achter de feiten aan. Na zijn inventieve opening (31-26 en 33-29) kwam hij steeds wat actiever te staan, en moest ik zorgvuldig spelen om hem niet in de aanval te laten komen. Een aardige combinatie-optie hielp daarbij (als 30. 33-29 dan zou volgen 13-19 en 11-17!) en de stand bleef in evenwicht. Dus ook remise. Bij Robert-Jan van Steenbergen was het beetje andersom: onze penningmeester probeerde voortdurend druk te zetten, en kreeg dat ook wel, maar Karlijn Overes kreeg geen zwakheden in haar stelling. Alle aanvallen afslaand wist ze een volkomen gelijkwaardige 4 x 4 te bereiken, remise dus.

De overige drie partijen liepen echter veel minden goed voor ons, daar had de wedstrijd makkelijk kunnen kantelen. Jesse van Beek kwam met wit nergens lekker in zijn partij, en zag de zwarte druk groeien, zeker na het opspelen van steunpunt 36. In een krimpend standje kreeg zwart alle strategische velden in handen, en de remise die Jesse nog netjes wist te bereiken, had er ook heel
anders uit kunnen zien, zoals de commentaren op Toernooibase duidelijk maken. Datzelfde gold a fortiori voor Ester van Muijen die het met wit tegen Edwin Twiest uitermate moeilijk kreeg. Zijn 25-30! (mooie vondst!) in een klassiek ogende stand zette schijf 30 op de tocht, maar Ester kon daar voortdurend geen gebruik van maken door een weelde aan mooie zetjes. Edwin geeft op
Toernooibase zelf aan hoeveel kansen hij heeft gemist. Die zet 25-30 kwam nog een keer op de proppen, en de remise die Ester bereikte was eigenlijk een cadeautje.
Datzelfde gold voor Arie Jansen van Doorn. Zijn tegenstander Jeffrey Steen kwam eigenlijk niet best uit de opening, en de klassieke stand zag er door de Westerhaarse randschijf gunstig uit voor onze drukker uit Wageningen. Maar het lukte Arie niet echt daar gebruik van te maken, en hij verzeilde met zwart in een laat-klassieke middenspelstand met een lastige voorsprong in tempi. Het was maar goed dat de Westerhaarse jeugd haar klassieken niet zo goed meer kent, want wit miste verschillende winstopties, waaronder een die Fred aangaf: het offer 27-22 met 39-33 op zet 41, of de Woldouby-zet 38-33 op zet 49. Het eindspel was Fred bekend van een partij van Ben Springer uit het grijze verleden, uitgeanalyseerd als remise, en dat werd het ook, zonder al te veel
problemen. Nee, de staart heeft het moeten doen, de rest mocht de handen dichtknijpen met 6 remises-tegen-de-verhoudingen-in. En zo staan we dan nog steeds bovenaan, maar we spelen alsof we dat helemaal niet willen! Maar goed, we waren aardige stekelvarkens, want hun eerste team mocht wel winnen!


