Wsdv

Geen stekelvarken maar een Veluws edelhert

Was WSDV 2 in de nationale competitie een strijd tussen stekelvarkens, gewonnen door de staart, het team WSDV P 1 (P staat voor Provinciaal) streed meer als een edelhert, waarbij de kop het
zwaarste werk doet. Want onze kop maakte het verschil, en wat een fabuleus gewei hadden we! Op bord 1 Alexander Shvartsman, meervoudig oud-wereldkampioen, en op nr 2 Daryah Tkatchenko, vrouwen wereldkampioen en titre! De nek bestond uit Tjeerd Harmsma en onze nieuwe ster-uit-Mali Moussa Coulibaly, lid sinds 24 Januari 2025. De onderkant was een stuk ouder, met Fred en mij, maar moest dienen als solide basis waarop het bovendeel lekker kon uithalen. Barneveld was vorig jaar ons obstakel voor het behalen van de titel, en de ontmoeting in het Pluimveemuseum was niet zonder revanchistische gedachten – van onze kant. En zo werkte het ook.

Kop
Alexander trof in Ed Blankenstijn een speler die dapper zijn best deed, de strijd aan durfde te gaan, en zich tot het uiterste verweerde. Echter, hij werd met een onspeelbare lange vleugel opgezadeld en dat maakte onze topman natuurlijk vlekkeloos af. Daryah (kreeg van BDSV attent een presentje i.v.m. haar wereldtitel) speelde agressief, en werd snel dominant op het centrum.
Gert van der Top ruilde af wat hij kon, maar haar aanval was te sterk, en ze won in stijl. De andere partijen waren meer ‘matched’. Onze ‘nek’ was verwikkeld in echte gevechten. Tjeerd vond in Evert van der Pol een bekende tegenstander, een ‘taaie’ en de partij was navenant: klassiek met beide ook randschijf, altijd een lastig genre om in te schatten. Evert ging unverfroren naar het centrum, riskant omdat hij geen steun had van zijn korte vleugel. Uiteindelijk werd deze zwakte hem fataal, maar Tjeerd had een 5 x 2 dammen eindspel nodig om uiteindelijk te winnen. Evert liet hem dat niet meer bewijzen.

Staart
De sterkste Barnevelder, Richard Cousijnsen trof ‘onze’ Moussa Coulibally en het werd een boeiend Roozenburg gevecht, op het scherp van de snede uitgevochten. Het resulteerde in een klassiekachtige stelling met allerlei schijven op ongewone plaatsen, waarbij onze Malinees erg goed kwam te staan. Volgens de geleerden-achteraf had hij dit eindspel wel kunnen winnen, maar
het werd een boeiende remise. Fred moest het gewei kruisen met de jongste, Bram Cysouw. De gekozen Keller-variatie leidde tot een Harry-met-Sargin-detail. Freds probleem was dat hij met
zwart veld 24 niet onder controle kreeg, waardoor hij steeds achter de feiten aanliep; de remise kwam als een juist, maar maximaal, resultaat. Zelf had ik een appeltje te schillen met Coen
Bommel. Tweemaal had ik van hem verloren – vanuit een betere stand! – en dat moest worden rechtgezet. De 32-28 – 16-21 variant die op het bord kwam hadden we al eerder gespeeld, en hij
had een versterking gevonden. Mijn antwoord daarop – een Ghestem doorstoot – kwam weer als een verrassing voor hem, en Coen vond het lastig om daarmee om te gaan. Hij kwam slecht te
staan, in een klein klassiekje. De forcing die ik koos leidde tot een eindspel met twee schijven meer, maar dat bleek remise. Volgens Coen had ik gewonnen gestaan, maar Alexander toonde
snel aan dat zulks niet het geval was. Geen winst gemist, maar ik had het hem iets moeilijker kunnen maken. Enfin, beetje revanche voor de vorige twee partijen, dat wel.
Al met al een succesvolle krachtmeting, ons Veluws edelhert had korte metten gemaakt met een stevige tegenstander.