Wsdv

Een domper, maar vooruit !

Tja, dat viel tegen, die wedstrijd tegen Laren. Ik had me er al wat zorgen over gemaakt. Immers, hun kopman, Odin Mol is van grootmeestersterkte, en we konden niet over ons ‘geheime wapen’ beschikken, want Moussa Coulibaly is naar Rotterdam overgeplaatst . Het goede nieuws daarin is dat hij een tijdelijke verblijfsvergunning voor 5 jaar heeft gekregen – dat wist Mickael Binato me te vertellen – het slechte nieuws is natuurlijk dat hij voor WSDV wat moeilijker beschikbaar wordt. Simon meldde zich ziek af – beterschap ! – maar Wim van den Berg en Cor Langeveld waren gelukkig bereid in te vallen. Op zich waren we op papier zeker nog sterk genoeg, gemiddeld, maar dat bleek dinsdag 13 januari niet te werken.
De eerste domper kwam al vrij snel. Op ons derde bord had Fred tegen Tony Roeterdink nog niet erg veel weten te bereiken, maar wel een soliede stand opgebouwd, toen hij zetcontrole vergat en door een eenvoudige combinatie een schijf achter kwam. Hij vocht zich nog aardig terug, maar Tony maakte het toch netjes af door nog een kleine combinatie. Van tevoren had ik nog even overwogen een tactische opstelling te kiezen – Odin speelt meestal aan bord 1 – maar ik vind dat altijd wat flauw, en Daryah is best in staat weerwerk te bieden aan de sterksten. Dat lukte hier niet. Daryah ging opgewekt in de aanval, maar bleek haar opgerukte centrum toch onvoldoende vanuit het achterveld te kunnen steunen. Odin’s antwoord was, zoals Fred het uitdrukte, zo uit het boek van Kats afkomstig (dat is Strategie Kompas, zeer aanbevolen), en hij won afgetekend.
Nog niet gewanhoopt, want Robert-Jan speelde een heerlijke aanvalspartij tegen Tom Westhof: Roozenburg met dubbele ruil naar een Harry + Sargin detail. Toen hij die laatste afruilde stond hij maar liefst 18 tempi voor ! Dat was nog uitkijken om niet stuk te lopen op de Larense verdedigingslinie – een beetje zoals schooldammers die spelen, de basisschijven laten staan : 3, 4 en 5 ! Maar in een dunne stand was het door een kleine finesse toch snel bekeken. Zelf had ik tegen Gerrit Wassink een boeiende partij, waarin hij mijn rechtervleugel vastzette. De stand hing op het opkomen van zijn zwarte schijf 15 naar 24, maar dat maakte ik lastig. Het lukte pas na wat concessies, en in een halfklassieke stand kreeg ik hem in een tempodwang. Hij moest zijn toevlucht nemen in een dure doorbraak, en toen ging er bij mij mentaal wat fout. ‘Verdraaid, hij heeft zich eruit gered’ was mijn idee, in plaats van ‘Dat was een noodsprong, hier moet winst in zitten’, en gaf dus – ten onrechte en wat te vroeg – remise.

Gerrit Wassink

WvB1

Wouter van Beek

39. 34-29 !
Hier dacht zwart lang na. Hij moet of 15-20 spelen, of 16-21 offeren. Na 15-20 kan 43-39 niet door 18-23, 24-29, 8-12 en 23×44 met remise. Ik zat al te kijken hier 32-28 zou lopen. Qua tempi klopt dit niet helemaal voor wit na 12-17, het beste is het gambiet 43-39! en na 18-23 x x x is de dreiging 28-23 beslissend. Dat had ik nog moeten vinden. Gerrit had wat anders bedacht en speelde toch nu al 39. … 18-23 40. 29×7 24-29 41. 33×24 8-12 42. 7×18 13×33 43. 24×4. Ik vond dit zelfmoord, maar na 43. … 33-38 ! zag ik dat hij me met een probleem had opgezadeld.

WvB2

‘Verdraaid, toch nog ontsnapt, want na 43-39 ben ik mijn eigen dam kwijt’, en na 36-31 38×36 zag ik ook geen winst. Dat laatste was overigens nog te bezien want na 4-22 (36-41) en 22-28
zijn er zeker nog kansen in het eindspel. Maar ik gaf remise, zoveel tijd had ik ook niet meer. Foei !Wassink geeft echter aan wat we beiden hebben overzien: 4-31 !! (26×28) 43×23 met meteen winst! Zo had ik de meubelen nog kunnen redden.

Enfin, alles hing dus af van de laagste borden, eigenlijk zoals voorzien. Cor Langeveld kende ik uit het vorig seizoen als een goede ambachtelijke aanvaller, die zijn tegenstander alle hoeken van het bord kan laten zien. Die Cor herkende ik niet, dit keer liet hij zijn tegenstanderr komen, zonder echt ergens een houvast te hebben, kortom hij zag zelf alle hoeken. Ik hield mijn hart vast, maar uiteindelijk wist Cor nog bekwaam de verloren stand om te zetten in een duidelijke remise.
De laatste partij was veruit de spannendste. Wim van den Berg had zijn tegenstander weten op te zadelen met een afschuwelijke witte linkervleugel en leek een technische winst tegemoet te gaan. Maar de machine haperde en wit brak ten koste van een schijf door. Toen volgde een ingewikkeld eindspel : wit had twee schijven op weg naar de damlijn, maar Wim beheerste het middenbord met geweldige vangstellingen. Een haag toeschouwers keek toe hoe dit makro-eindspel werd uitgevochten : dat zou de einduitslag bepalen en kon nog alle kanten. Wit miste eerst een lastige kans, en daarna miste Wim een elegante rondslag met winst. Uiteindelijk vond wit de weg naar de remise en moesten wij berusten in ons eerste verlies. Jammer, maar helaas. Een domper, inderdaad, maar we staan nog wel twee punten voor, met nog twee wedstrijden te spelen : ‘in eigen handen’ heet dat !

Wouter van Beek