Wsdv

Grafdelvers en podkova’s : Wageningen in Harderwijk

De meest opmerkelijke opening van de ontmoeting Harderwijk – Wageningen was die van Bert Foppen tegen onze neo-Bennekommer Fred Ivens. Heel vroeg in de opening ruilde Bert met wit naar 29 en 22, alsof het een Utrecht variant betrof, maar dat was het helemaal niet, en wit hield er uiteraard een lastige kerkhofbezetting aan over. Fred speelde heel zorgvuldig maar kon niet voorkomen dat dit grafdelversparadijs weer werd ontruimd. De klassieke stand die uit deze sepulcrale excursie overbleef, was veel makkelijker voor zwart, en in een nog volle stand kreeg Fred een mooie forcing in handen : of een schitterende slag naar 45, of een subtiele schijfwinst. Wit koos voor een derde optie, en die was meteen vernietigend. Ik vroeg Bert achteraf waar zijn hang naar de laatste rustplaats vandaan kwam – hij was toch geen begrafenisondernemer of dominee? – maar hij wilde gewoon wat anders. En dat kreeg hij. Vlak na deze uitslag gaf mijn tegenstander op, Wout Mensink, ingevallen voor Auke Steensma. In deze partij ontwikkelde ik met wit wat druk in de 32-28 19-23 opening – heel actueel sinds de match Groenendijk-Anikeiev – en zadelde hem op met een halve hekstelling, ondanks de handige trucs die Wout erin had gevlochten – ik zag ze pas laat. Een partij volgens het boekje, zei Fred : stand uitdunnen, zwart op 23 laten komen en dan met 31-26×27 een podkova, een half-open omsingeling. Het lukte wonderwel, en in een 10×10 was het helemaal uit.
Daarmee stonden we 4-0 voor, en zo had het er een tijdje niet uitgezien: ik had me zorgen gemaakt over Wim van den Berg en Cor Langeveld. In het geval van Cor was dat terecht, hij kwam niet in zijn geliefde aanvalsspel, stond onder druk en raakte op mysterieuze wijze een schijf kwijt. In elk geval wilde hij niet uitleggen – ‘daar praten we niet over’ – , dit blijft dus een van de raadsels van de geschiedenis, net als het geheim van de Bermuda-driehoek en van het vlot van de Medusa. Fred Elgersma speelde het rustig en zakelijk af naar winst.

Cor
De partij van de avond was tussen Egbert van Hattem, welbekend als journalist, en onze Moussa Coulibaly, onze Malinees. Het werd een prachtig gevecht in half klassiek, waar beiden met resp. 34-29 en 17-22 over het langevleugelblok van de ander opstootten. De dreigingen 22-28 of 29-23 (wie het er het eerste is …) leverde een statische aanval voor zwart op, tegen een open aanval voor wit op links. Met combinatieve finesses dwong Moussa zwart in een complete opsluiting, en maakte het af met een flitsend gambiet. Prachtig!

Moussa
En toen waren, uiteraard de zorgen over. Wim was achteraf nooit onder de indruk geweest van de zwarte aanval van René Schaafsma – die kwam volgens hem toch nergens, want door het ontbreken van de kroonschijf kon zwart geen vuist op links maken – en hij kreeg nog gelijk ook. Een zorgvuldige verdediging resulteerde in een volslagen gelijk eindspel, en zo hadden we ons 7e punt binnen.
Onder al dat geweld was Daryah vanaf het begin bezig met een flankaanval, die er goed uitzag, maar dat zag de verdediging van Kees de Jong ook. Het was zo’n partij van aanval tegen tempo, heel abstract, en Daryah probeerde nog lang te winnen, maar uiteindelijk zat er niet anders in dan wij als toeschouwers al zagen aankomen, een gelijke remise.

Daarmee was het 8-4 voor ons, en zitten we nog steeds op het rechte spoor, hopelijk leidend naar de belangrijkste titel van alle, die van Gelderland.

Verslag: Wouter van Beek

Foto’s: Fred Ivens