Hazerswoude en wij
Daar moet ik altijd aan denken, bij Hazerswoude: het nu zo vreedzame dorp kent een roerige geschiedenis. Heel lang geleden was Hazerswoude het laatste toevluchtsoord van gevluchte Anabaptisten, wederdopers dus. Immers, vanaf 1533 waren anabaptisten vanuit Leiden naar Münster getrokken om daar hun heilstaat te vestigen: ze gooiden de katholieke bisschop er uit, en zo kon ene Jan van Leiden als koning en ‘apostel’ heersen in die stad. Eind 1535 maakte de bisschop van Münster daar echter een eind aan, met zijn leger (ja, dat hadden bisschoppen toen nog…). Jan van Leiden werd gedood (inderdaad, daar komt onze uitdrukking vandaan, ‘je ergens met een Jantje van Leiden van afmaken’), en de dopers die aan de slachting waren ontkomen vluchtten terug naar het Leidse; zij vestigden zich in Hazerswoude en Rijkdijk, en verdienden de kost met het overvallen van reizigers en het beroven van kloosters.
Van die illustere geschiedenis merkten wij niets in onze wedstrijd tegen Samen Sterk, noch van de connectie met Münster, noch van het beroven van reizigers. Trouwens, ook niet van dat Jantje van Leiden, want onze tegenstanders bestreden ons met alles wat zij hadden. Op papier hadden zij een gemiddeld hogere rating, maar zij waren niet op volle sterkte aangetreden, en wij wel (net als de bisschop van Münster destijds…). Enfin, het werd een wedstrijd die zeker bij de start alle kanten op zou kunnen gaan. Ester had gekozen voor een tactische opstelling, anders was ik nooit op bord 1 beland, en Moussa niet op bord 7. Het werkte wel: tegen de ratingheuvel op maakten we remise, en de winsten kwamen van ‘downhill’. De eerste winst kwam snel: Heike maakte kennelijk veel indruk op haar tegenstander, die wat geforceerd naar een klassieke stand werkte, en daarin bleef ruilen. Zijn stand bleef tochtig, en toen hij de stand probeerde te fatsoeneren, liep hij in een dammetje en was het meteen uit. Inmiddels zag ik dat Moussa zijn tegenstander in een zeer economische hekstelling had genomen, en vooral de lichaamstaal van de laatste was glashelder: die speelde tegen de heuvel op. Inderdaad, na 26 zetten was het gebeurd, met een klassieke hekstellingsdam.

Echter een makkelijke overwinning zou het niet echt worden, want op de andere borden was de strijd in volle gang. Ik had Micha van Tol vanaf de opening onder druk gehouden, maar zag mijn tempowinst in het middenspel verdampen. Toen mijn mooie zwarte schijf op 24 onder druk kwam te staan, zag ik een mooie meerslag die leidde naar een iets beter eindspel. Maar remise was het. Echter, we zagen Marcel Monteba een gewaagde partij spelen tegen Arjan de Mooi, zo’n partij die vraagt om analyse, met een Harrie voor Arjan op 15. Omsingeling tegen centrum, altijd mooi. Tegen de dertigste zet schoven de stellingen in elkaar, met twee opgesloten vleugels voor wit, en twee klaverbladen voor Marcel. Net toen Arjen in zetnood leek te komen, sloeg hij toe met een lastige combinatie-in-varianten, die uitmondde in een winnende dam.
Tja, nog maar één winst voor, terwijl Fred, die de hele partij beter had gestaan, zat te zoeken naar de winst. Hij had inmiddels het bord wel veroverd, maar zijn tegenstander verdedigde zich goed, en maakte eigenlijk geen positionele fouten. Ik dacht dat deze tactische opstelling zijn vruchten wel zou afwerpen, zo goed stond Fred wel, maar bij nadere beschouwing leek dat lastig. Het gestaag afruilen leidde tot een steeds dunner stand, en het uiteindelijk eindspel leek erg goed, maar bevatte net genoeg ruilmogelijkheden voor remise, en daarmee een diepblauwe vermelding voor zijn tegenstander.
Nu moesten we zorgen dat er geen ongelukken gebeurden, en dat lukte. Robert-Jan redde zich netjes uit een wat zwakke onvoltooide hekstelling en slaagde erin zijn tegenstander van de aanval af te houden. Doordat deze wat afwachtend speelde, kon onze penningmeester rustig opbouwen naar laat-klassiek, en bereikte hij een gelijkwaardige remise. Ester van Muijen speelde tegen Wouter Morssink, de voorzitter van de Technische Commissie van de FMJD, en moest in de opening oppassen niet overlopen te worden. Zij wist echter de zwarte aanval te counteren, door 27 af te ruilen en slaagde erin een laat klassiek middenspel te bereiken, waarbij zwart gehinderd werd door een schijf op 15. Hier is veel theorie over, en Wouter liet zien die te beheersen en bereikte zonder veel moeite de remisehaven; een goede partij voor Ester tegen een hoog ingeschatte tegenstander. Datzelfde gold zeker voor onze Luise, die tegen Steven den Hollander gedurfd en goed speelde, en in een mooie flankspelpartij eigenlijk haar tegenstander de baas was. Steven raakte in een beroerde Bonnard verzeild, maar kon zich combinatoir nog net los maken. Hij moet opgelucht hebben
ademgehaald, niet Luise. En zo werkte de tactische opstelling en bereikten we een verdiende en regelmatige overwinning, niet gehinderd door de geschiedenis.
Wouter van Beek
Wageningen 2-10-2025


