Yes, gelukt, en bravo Robert-Jan
Een beetje waren ze dat wel, die Waarddammers, en wel onze Angstgegners, want daar zouden we het mogelijk tegen afleggen. Een hecht homogeen team, waartegen alles moest meezitten – zo dachten we dat. We hadden wat vervangers, Marcel en Ester waren er niet bij, maar Tjeerd en ons jonge talent Marlijn Moene zouden dat wel goedmaken. En zo geschiedde het, daar in Hoornaar (nee, geen insect, maar een plaats tussen een hoop slootjes). We hadden in elk geval ons niet-meer-zo-geheime wapen Moussa uit Rotterdam los weten te weken, en die zat op bord 1, en Marlijn op 8. Die twee borden waren vrij snel duidelijk. Marlijn kreeg met wit tegen de ervaren Peter de Hek al snel last van een hangende schijf op 41, wachtte te lang om die op te lossen, kwam in een complete opsluiting van haar lange vleugel terecht, en verloor. Op de 45e zet zat er trouwens nog een kleine combinatie in voor zwart : na 45. 25-20 wint meteen 24-30, 13-19, 18×9 en 15×44. Ik herinner me dat Marie Gabbert zo’n truc uithaalde vorig jaar.
4 borden op een rijtje
Daarentegen ging het aan bord 1 prima. De toch soliede André Droog zette met zwart de partij scherp op tegen onze Malinees, maar nam op de 19e zet de verkeerde ruil en verloor bij vol daglicht zijn voorpost. Van enige compensatie bleek al gauw geen enkele sprake te zijn, en Moussa won op de 38 e zet.
De strijd ging daarmee dus om de middensectie, en daar was heel lang geen zinnig woord over te zeggen, alles stond ongeveer in evenwicht. Tegen de halfopen opening van onze routinier Tjeerd Harmsma ging de jonge Alex Poliakov er eerst vol in, om daarna snel de stand weer open te ruilen. Beide heren vlochten wat ‘geintjes’ in de ruilmogelijkheden, maar het jonge talent hield Tjeerd na een combinatie zorgvuldig op afstand, met een geheide remise als slotstand ; blauw voor de Waarddammer, maar dat zegt met die jeugdspelers weinig.
Over Arie Janssen van Doorn maakte ik me wel wat zorgen, want na zijn grote tempowinst in de opening had hij geen andere uitweg voor zijn tempi dan uit te wijken de linker bordrand. Ice and shine heet dat tegenwooordig, en Sammy Kasnadi benutte dat goed. Alleen, toen hij op de 42e zet de buit binnen kon halen – zoals Kosior laat zien op Toernooibase – koos hij voor de weg van het hart: een damcombinatie. Het resultaat van dit kunststukje was een meevaller voor ons: een gemakkelijke remise, en die miste Arie niet.
Onze beide tachtigers, Fred Ivens en ik, troffen ook routiniers in Anton Kosior en Peter Hartog, en kwamen beiden niet verder dan remise. Fred viel aan maar zijn voorpost werd weggeruild en het overblijvende flankspel was iets beter voor Anton. Uiteindelijk combineerde Fred bekwaam naar remise. Zelf lukte het me om wat druk te ontwikkelen tegen Hartog. Deze moest behoedzaam spelen om een podkova omsingeling te ontlopen, en vluchtte in een wit klassiekje met schijf 36. Door tweemaal achteruit te ruilen met 37-31 redde hij de meubelen, remise.
Bleven twee partijen over, Heike en Robert Jan. Heike eerst. Met zwart trachtte zij druk te ontwikkelen op de witte lange vleugel, dus op 27, maar dat lukte niet helemaal. Schijf 27 bleef fier overeind en wit kwam beter te staan. Ik maakte me even zorgen, maar het klopte net voor onze voorzitter, en zij ruilde bekwaam naar een gelijke remise.
En dan nu het klapstuk van de veiling, het hoogtepunt van de middag, de strijd tussen de sterkste Waardenaar Wim Kalis, en onze penningmeester. Op papier had onze tegenstander 234 ratingpunten meer, maar gedurende de partij merkten we daar heel weinig van. Robert Jan hield de stand open, en Wim Kalis slaagde er niet in om greep te krijgen op de witte stand. Om remise te vorkomen forceerde Kalis zijn stand wat, en kwam slecht te staan. Even leek hij de oplossing te hebben gevonden, maar toen plaatste de held van de middag een fraai offer, en forceerde een goed eindspel. Toen Kalis nog een foutje maakte, wat het meteen uit. Geweldig, hulde en bloemen, een diep, diep blauwe uitslag die ons de overwinning bezorgde. Auguri, auguri !
Wouter van Beek


