Geen wolkje aan de hemel: WSDV 2 – DC Tilburg/Eindhoven
Verjaardagen zijn er om te vieren, en dat gebeurde. Precies op zaterdag 13 december had onze perschef Fred Ivens de aanvallige leeftijd van 82 jaar bereikt ; dat was niet alleen een traktatie
waard – lekkere speculaas, de Sint is nog niet zo lang terug in Spanje – maar ook een sportief cadeautje. En dat kreeg ons op-twee-na-oudste teamlid [Henk Kleinrensink en Wouter van Beek zijn – iets – ouder].

We hadden Tilburg op bezoek, en dat was voor de ‘oudjes’ een plezierig weerzien. Ik had graag zelf tegen Theo van den Hoek gespeeld, want we kennen elkaar al zo lang. Niet alleen was hij KNDB voorzitter toen ik FMJD president was – we hebben aan de Utrechtse Oudegracht heel wat overlegd – hij was ook degene die mijn aanstelling aan de Tilburg University heeft ondertekend, in 2006. Plus, herinnerde hij zich nog, had ik hem tijdens onze diensttijd uit de finale van het militaire kampioenschap gekieperd. Dat was heel lang geleden, begin 1965, met een halfopen klassieke partij! Tja, dat speelden we toen, waar zie je dat nu nog? Enfin, het mocht niet zo zijn, de eer viel toe aan onze Henk Kleinrensink, ook een goede oude vriend. En hun partij weerspiegelde dat: een ‘herenpartij’. Springeropening van wit (Henk) en daarna klassiek, met volle medewerking van Theo. Wit kwam wat makkelijker te staan, en zou bij het inschuiven van de stelling wel kansen hebben gekregen, maar een routinier als van den Hoek liet het zover niet komen, brak open via het kerkhof, en de vrede – die eigenlijk nog nergens was verstoord – werd getekend, een partij vol zonneschijn.
Inmiddels was de strijd op de andere borden in volle gang, en langs de borden lopend zag ik het zonnig in. Luise stond erg goed tegen Jimmy Depaepe terwijl Fred tegen het Tilburgse kanon Lagoda prima stand hield, om maar met de twee moeilijkste borden te beginnen, geen regenfront in aantocht. Ons eigen kanon Tjeerd Harmsma had een prachtige, volle flank-centrumstand op het bord, zo’n doorrekenstand en zijn tegenstander zat daarop zichtbaar te zwoegen, geen zwaar weer op komst. Ester en ik stonden makkelijker, bij Robert-Jan ook geen donderwolken, terwijl Arie Jansen van Doorn het Tanja-Marie Cnossen erg lastig maakte. Een goed weerbericht dus, en zo kwam het ook uit.
Mijn tegenstander, de Pool Thomasz Marczuk, hield met zwart de stand open, maar dat ging ten koste van tempoverlies, en hij liet zich in een halve hekstelling nemen. Dat geeft nogal wat geruil, en ik kwam makkelijk te staan. Na de thematische omschakeling – afruilen met 31-26 en 36×27, en na oplopen met 17-22 de 2 om 2 met 32-28 en ik had eindelijk een aanval, een dunne, in een 7 om 7! De Tilburgse Tomasz – wat hebben die Polen toch een mooie spelling – verdedigde zich niet optimaal en ik brak door ten koste van een schijf. Volgens Harry Otten (lees King’s Row) nam ik dam op het verkeerde veld en had er nog remise in gezeten [Ik heb die remise zelf niet kunnen vinden], maar zover kwam het niet. En daarmee stonden we voor, de zon scheen en dat bleef zo.
Luise speelde een prachtige partij, en koos voor een duidelijke aanval, die Jimmy moest afbreken. Die afbraak ging ten koste van een prima hekstelling voor Luise, waar naar mijn smaak volop zonneschijn in zat. Enfin, de Belg kreeg het moeilijk, maar wurmde zich uit de hek. Zelf geeft hij op internet aan dat op de 41 e zet voor uitslaan met 36×27 winstkansen zou hebben gegeven voor Luise, en hij was vol lof over onze heldin, en terecht. Mooie partij, een meer dan verdiend punt.
In een breed-centrum gevecht – klassiek plus beiden een randschijf – had Fred inmiddels met zwart prima spel gekregen tegen Lagoda, ik begrijp eigenlijk het strategische concept van Yuri niet goed. Toen onze jarige echter op de 30e zet ten aanval wilde gaan op zijn rechter vleugel, werd hij verrast door een kleine combinatie-ruil waarmee wit zich op 17 nestelde, met een mooie staart, en was het oppassen geblazen. Dergelijke aanvallen tegen de korte vleugel zijn lastig te verdedigen, maar Fred slaag daar prima in, deed dat heel nauwkeurig en maakte via een kleine meerslagfinesse remise.
In een partij met veel gezichten had Tjeerd inmiddels met wit een schijf weten te veroveren. Via een Ton Sijbrands opening was het dus een volle aanval van zwart op het bord geworden met later een Harry voor wit. Kees van Bakel ruilde zich uit de omsingeling, maar kwam op zijn korte vleugel in een soort hek terecht, waardoor hij uiteindelijk een schijf moest offeren. Ondanks die +1, zat Tjeerd zat echter wel naar een slechte schijvenverdeling te kijken, plus een sterke zwarte aanval tegen zijn lange vleugel; compensatie heet dat, en daarmee werd het een gelijkwaardige remise, en een mooie blauwe vermelding voor Kees.
Onze aanvoerster Ester Muijen kon niet verhinderen dat haar tegenstander er lustig op los ruilde, maar slaagde er toch in om geleidelijk de zwarte centrumschijf 23 te omsingelen ; toen zij de zwarte lange vleugel met geduldig spel had uitgeput, vluchtte Harry Verdoolaege (over mooie spelling gesproken!) in een creatieve maar erg dure doorbraak. Te duur, in feite, want na afname bleef Ester met een schijf meer achter: gewonnen. Stevige zonneschijn dus.

Vlak daarna was Arie Jansen van Doorn ineens uit. In een zeer moderne variant van de 32-28 (19-23) opening had hij met zwart Tanya-Marie Cnossen voortdurend onder druk gehouden, o.a. met de poot 16-21-27. Tanya kon zich steeds net redden en slaagde er uiteindelijk in een klassiek-achtige stand te bereiken, zij het met een lastige opbouw op haar korte vleugel. Net toen zij objectief de zaken voor elkaar had, d.w.z. remise binnen handbereik, dacht zij dit simpel te bereiken. Maar, ach Tanya, ach Marie, een klassiek offertje-met-achterlopen van de oude vos Arie deed haar de das om. Stralende zonneschijn dus voor WSDV, droefheid voor jeugdig Brabant.
De laatste uitslag was van Robert-Jan. Hij had met zwart ondernemend gespeeld tegen Gert-Jan Hoeve, met een gedurfde Utrecht aanval. Wit putte de zwart lange vleugel uit en zette de kerkhofschijf vast, maar kon niet voorkomen dat Robert-Jan erg actief werd op rechts. Wit verdedigde met finesses, en de partij bereikte haar hoogtepunt met een zwarte schijf op 37 en een witte op 24. Wit moest zelfs een schijf offeren om zijn doorbraak op rechts veilig te stellen. Het resultaat was een solide remise na een boeiende partij, en daarmee was elk wolkje verdwenen : we wonnen met 11-5, en staan nog steeds gedeeld eerste!
Wouter van Beek


